Gemeente Visit Geraardsbergen

Chantillykant

Zwarte zijdekant zou zijn oorsprong hebben in Spanje. We hebben de zekerheid (tenminste voor de eerste helft van de 18e eeuw) dat de zwarte-, evenals de blonde zijdekant, in onze streken uit Frankrijk, via Parijs en Rijsel werd ingevoerd. In de eerste helft van de 19e eeuw werden in Geraardsbergen de Parijse en Rijselse kant gemaakt. De stad kende geen eigen specifieke kantsoort en kon zich daardoor gemakkelijk aanpassen aan de genres die best verkocht werden. De Rijselse kant ligt technisch aan de basis van de Chantillytechniek.

Algemene oorzaken
Geraardsbergen had reeds (zoals nog andere Vlaamse steden) een kantproductie en aldus een net van handenarbeiders beschikbaar. Deze maakten blijkbaar kant met doorlopende draden op een fond, die toch gelijkenis vertoonde met de Chantilly. Daar de zwarte kant, op modegebied, langzamerhand ook de bovenhand haalde, moet de keuze voor dit genre vrij natuurlijk geweest zijn . Reken hierbij het doorzicht van enkele zakenmensen en dit werd doorslaggevend. Met hun exclusieve (overwegend) zwarte zijdekant zouden enkele tientallen kanthandelaars er gedurende bijna 30 jaar zelf persoonlijke rijkdom en welstand uithalen en er honderden thuiswerkers een hongerloon en veel te lange werkdagen mee bezorgen.

De bloeiperiode van de Geraardsbergse Chantillykant situeert zich vanaf de 2e helft van de 19e eeuw.

De hoepelrok komt vanaf 1869-’70 in diskrediet en de Chantilly loopt zodanig parallel met deze mode, dat hij er wel onvermijdelijk samen mee moet verdwijnen.

Het einde van een mode, hoge kostprijs, en een zich uitbreidende industrialisatie, die onmiddellijk werk biedt, en bovendien beter betaald. Bij deze keuze wordt weinig getwijfeld. In Geraardsbergen zijn het de sigaren- en luciferfabrieken die werkkrachten aantrokken, die zich vroeger wijdden aan de kant. 

Werken op de tentoonstelling

1. Originele prikkingen van een kantpatroon voor een sjaal

Het volledige patroon werd in stukken verdeeld bij het prikken. De verschillende stukken werden verdeeld onder de kantwerksters. Alle gekloste delen werden door de kantuitgever verzameld en door gespecialiseerde naaisters aan elkaar genaaid met de raccrocsteek tot het oorspronkelijke ontwerp. Een kantwerkster bezat nooit een volledig patroon om zelf een afgewerkte kant te kunnen maken en verkopen.

2. Waaier met ebbenhouten frame

Deze waaier uit de Second Empire , 1852-1870, heeft een ebbenhouten frame om de doorzichtigheid van kant nog beter tot zijn waarde te laten komen. De montuur of frame, is uitgesneden in overeenstemming met de lijn en de doorzichtigheid van het waaierblad in kant. De kant is opgemaakt op een dubbele vleeskleurige tullelaag.

3. Origineel ontwerp voor een bloese, aansluitend corsage

Het origineel ontwerp werd met potlood op patroonpapier getekend. Deze tekening werd dan geprikt, met de bedoeling om de tekening op karton over te brengen. Op een vilten kussentje werd krijt aangebracht en met zachte druk door de gaatjes geklopt. De witte krijtstippeltjes op het onderliggend karton werden dan met pen en inkt verbonden. De originele tekening werd in kleine patronen verdeeld, net groot genoeg om door één kantwerkster geklost te worden. Ook de gaatjes voor de tulle werden vooraf geprikt

4. Ontwerp tekening, prikkingen en onafgewerkte kledingstukken

Enkele gekloste delen kant die klaar zijn om aan andere delen gezet te worden met een raccroc steek. Alle tentoongestelde kledingstukken zijn op deze wijze tot stand gekomen. De witte vlinder is een afgewerkt corsagestuk in witte Chantillykant.

5. Witte mitaines

Een paar mitaines in witte Chantillykant. Deze hoorden bij de avondkledij zoals een stola of sjaal en de waaier. De witte Chantilly kant is zeldzamer omdat de zwarte kant dan in de mode was en de modetrend toen niet zo vlug veranderde zoals nu.

6. Drie kouseninzetstukken

De eerste kousenbreimachines (1589) werden in Engeland gemaakt, maar het duurde jaren voor er minderingen konden ingebreid worden. Daardoor was het een strakke buis. In de zijden kous in de periode van de Chantillykant werd een opening gemaakt op de wreef om meer draagcomfort te hebben. Deze opening werd met een ovaal stukje kant opgevuld. De voet werd niet getoond die zat veilig onder de lange rokken. Vandaar de licht speelse erotische afbeeldingen, vlinders, cupido’s, libellen… Zoals er een taal van de waaier bestond was er ook een verhaal bij het tonen van de voet.

Grote kraag

Let op het mooie bloemstuk in een groot medaillon op de rug. De Bloemmotieven waren geïnspireerd op de tekeningen uit de keramiek industrie van Chantilly, vandaar de naam van de kant.

7. Corsage vlinder

Vlinder met dubbele vleugels, gemonteerd op fijne metaaldraad. Het inzetstuk van de blouse is samengesteld uit verschillende stroken Chantillykant en mechanische kant. De roze zijde als ondergrond geeft een mooi contrast met de zwarte kant.

8. Werkmateriaal van een kantwerkster

Kantkussen met een oud patroon van een stola. De ordinaal is een glazen fles waarin water werd gegoten. Met een lichtbron achter deze waterbol verkreeg men een lichtstraal op het kussen. Om algen te voorkomen werd (soms) zwavelzuur bij het water gevoegd. Dit was zeer gevaarlijk want het vergiftigd water leidde tot sterfgevallen.

9. Waaier met parelmoeren frame met initialen MP

De kant van de waaier werd opgemaakt op créme kleurige zijde en frame in celluloid (uitgevonden in 1855, de voorloper van plastic). Waaiers werden gebruikt voor een speciale communicatie, de taal van de waaiers om te verleiden.

Grote vitrine kast

Twee voorbeelden van het dragen van Chantillykant in de kledij van de tweede helft van de 19de eeuw en twee parasols, bescherming tegen de zon om een blanke witte teint te behouden

10. War Laces, ook wel oorlogskanten genoemd.

Deze werden vervaardigd tijdens de Eerste Wereldoorlog in verschillende kantsteden in Belgie. Er werd toen kant geklost met figuren en motieven die verwezen naar de oorlogssituatie en de geallieerden. De kantwerkjes werden veelal verkocht in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten en de opbrengst was bestemd voor oorlogsinvaliden, hier in Geraardsbergen voor de gewonde soldaten in het hospitaal. Bovendien konden duizenden Belgische kantwerksters geld verdienen voor hun gezin. Koningin Elizabeth zette zich reeds voor de oorlog in voor het thuiswerk van de kantwerksters en het behoud van de kantnijverheid. Vandaar haar afbeelding op sommige kanten met de edelweiss, haar symbool voor de strijd tegen tuberculoze.

Achter dit weinig bekende initiatief ging de Commission for Relief in Belgium (CRB) schuil, opgezet door Herbert Hoover, de latere Amerikaanse president, die tijdens de oorlog in Londen verbleef. Het CRB zorgde ook voor de levensnoodzakelijke voedselbevoorrading aan de Belgische bevolking. De havens waren namelijk geblokkeerd door de Britten. Hoover wist met succes te bemiddelen om humanitaire voedseltransporten toe te laten. Lou Hoover, de vrouw van Herbert, speelde een grote rol in de steunverlening via kantproductie, net als Ella Brand Whitlock, de vrouw van de Amerikaanse ambassadeur in Belgie.

Deze oorlogskanten werden verkocht met een certificaat van echtheid.

11. Barbes of mutsenslippen

Barbes werden in het kapsel verwerkt. Oorspronkelijk werden er mutsen mee versierd, toen de mode veranderde hield men de slippen als haartooi.

Deel deze pagina
Dienst Toerisme
Markt z/n 9500 Geraardsbergen Tel.054 43 02 05 toerisme@geraardsbergen.be
Vandaag
open 10.00-16.00 uur
Morgen
open 10.00-16.00 uur
Volg ons